Uit het regeerakkoord van Rutte-Asscher blijkt dat het kabinet doorgaat met de regionalisering van de brandweer. Alle brandgerelateerde zaken zijn vanaf 2014 belegd op regionaal niveau. Het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) ging op 1 januari 2013 van start en bundelt alle krachten op het terrein van fysieke veiligheid in Nederland. Mogelijk kan het IFV bijdragen aan betere informatie over de rol en werkzaamheden van de Nederlandse brandweer. Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) blijkt namelijk dat de huidige brandweerstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) niet (meer) voldoet aan de wensen van de afnemers.
Korpsen hebben steeds meer behoefte aan informatie over risicobeheersing en operationele voorbereiding. Omdat niet alle korpsen informatie aanleveren, geven de cijfers een beperkt zicht op de praktijk. In het project Verbeteren Brandweerstatistiek werkt het ministerie van Veiligheid en Justitie samen met het CBS, de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV). Het project is gericht op het vergroten van brandveiligheidbewustzijn bij burgers, bedrijven en instellingen en onderzoeken van innovatieve manieren om productveiligheid (brandveilig meubilair) te verbeteren.
>>TrendsHet aantal meldingen bij de brandweer steeg in 2011 met twee procent ten opzichte van 2010. Dit kwam vooral door een toename van het aantal (loze) brandmeldingen met vier procent.
In 2011 registreerde de brandweer bijna 41 duizend branden, dat is een lichte daling van drie procent in vergelijking met 2010. Vooral het aantal binnenbranden daalde in 2011. Bij iets minder dan de helft van de binnenbranden was een defect aan apparatuur of het verkeerde gebruik ervan de oorzaak van brand.
Het aantal buitenbranden nam in 2011 licht toe. Positief is dat het aantal brandstichtingen/ontploffingen in de periode tussen 2007 en 2011 met een kwart afnam. Ten opzichte van 2010 is er sprake van een minder sterke daling.
In 2011 vielen als gevolg van brand ongeveer evenveel slachtoffers als in 2010: 63 doden en ongeveer 900 gewonden.
De hoeveelheid fatale woningbranden en het aantal slachtoffers dat daarbij valt, loopt over een langere periode gezien terug. In de periode 2009-2011 was dit aantal duidelijk kleiner dan in de periode 2003-2008. Over de oorzaak van deze afname tasten deskundigen in het duister.
Net als eerdere jaren was roken in 2011 de belangrijkste oorzaak van fatale woningbranden en was het aandeel slachtoffers van zestig jaar en ouder hoog. Rookontwikkeling, late ontdekking en beperkte mobiliteit van het slachtoffer leidden volgens de brandweer in 2011 het meest vaak tot fataliteit van de brand. Omdat mensen een hogere leeftijdsverwachting hebben en langer zelfstandig willen wonen, is extra waakzaamheid voor fatale woningbranden op zijn plaats.
Seriebrandstichters maken zich schuldig aan een groot aantal branden en kunnen daarmee zorgen voor maatschappelijke onrust in een gemeente. Onderzoek maakt duidelijk dat seriebrandstichters blanke, veelal ongehuwde mannen zijn die vaak dicht bij het gebied wonen waar de branden plaatsvinden. Gangbare motieven om branden te stichten, zijn aandacht zoeken, erkenning vragen, stress afreageren of gewoon voor de kick. Bij weinig seriebrandstichters is de klinische diagnose pyromanie gesteld.De helft van de bestudeerde seriebrandstichters heeft een hoog recidiverisico. Problemen met middelengebruik of schulden zorgen voor een grotere kans op herhaling van het delict. Uit het onderzoek blijkt verder dat branden met name 's nachts en in het weekend plaatsvinden en dat de dader daarbij vaak onder invloed is van alcohol.
Onderzoek van vier rijksinspecties maakt duidelijk dat de brandveiligheid bij zorginstellingen de afgelopen jaren niet of nauwelijks verbeterde. Bij dertig procent van de 96 onderzochte zorginstellingen constateerden de inspecties ernstige gebreken op het gebied van brand- en rookcompartimentering. Bij eenzelfde percentage instellingen was de bedrijfshulpverlening niet op orde. Hoewel de meeste zorginstellingen beschikten over een geïmplementeerd brandveiligheidsbeleid, was de borging hiervan vaak onvoldoende. Verontrustend was ook het gebrekkige brandveiligheidbewustzijn onder personeel. De rijksoverheid wil de regelgeving en preventie intensiveren en de zorginstellingen hierbij een grotere rol geven.
De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) constateert dat zorginstellingen te weinig rekening houden met de verminderde zelfredzaamheid van hun patiënten. Instellingen zijn er vooral op gericht om aan de wet- en regelgeving op het gebied van brandveiligheid te voldoen. De onderzoeksraad adviseert zorginstellingen de brandveiligheidsmaatregelen beter af te stemmen op de mate waarin patiënten zelfredzaam zijn.
Om brandveiligheid van zorginstellingen te vergroten ontwikkelde TNO in 2012 een gratis applicatie voor brandpreventie voor zorginstellingen. Met de zogenoemde FIREFISH kunnen instellingen eenvoudig de brandveiligheidsaspecten van hun gebouwen in kaart brengen. Hierdoor krijgen zij inzicht in de brandveiligheidseisen van het gebouw, de mate van brandveiligheid en de geconstateerde tekorten. Ook de brandweer en brandveiligheidsadviseurs kunnen gebruikmaken van de applicatie.
>>AanpakkenMet het nieuwe Bouwbesluit 2012 legt de overheid een grotere verantwoordelijkheid voor brandveiligheid bij bedrijven. Voor veel bedrijven vervalt hiermee de verplichte doormelding naar de brandweer. Wel blijft deze plicht bestaan voor gebouwen met gebruikers of bewoners die zelf moeilijk kunnen vluchten, zoals zorginstellingen of kinderdagverblijven.
Volgens het Verbond van Verzekeraars heeft het Bouwbesluit 2012 nadelige gevolgen voor de brandveiligheid in Nederland en leidt het zonder aanvullende maatregelen tot hoge(re) brandschades. In 2012 ontwikkelde het Verbond daarom een informatiedocument voor ondernemers, in samenwerking met de brandweer (NVBR), Vebon, de Particuliere AlarmCentrales (PAC’s), VNO-NCW en het CCV. Het document maakt ondernemers bekend met de mogelijkheden om tijdig brandweeralarmering te organiseren. Een protocol voor vrijwillige (geverifieerde) automatische doormelding moet het aantal onnodige brandmeldingen verminderen zonder de brandveiligheid en beheersing van brandschaden in het gedrang te brengen.
—
Een brandveilig bouwwerk is van belang om brand te voorkomen. Om integrale veiligheid in een bouwwerk te bereiken, ontwikkelde het CCV daarom het model Integrale Brandveiligheid Bouwwerken (IBB).
In zowel de bouw- als gebruiksfase bevordert het model de brandveiligheid en vergemakkelijkt het de samenwerking van betrokken partijen. Het model IBB is een methode om een goede samenhang tussen verschillende brandveiligheidsmaatregelen te bereiken. Adviseur, brandweer, Bouw- en Woningtoezicht, verzekeraar, ontwerper bouwbedrijf, installateur én de gebruiker/eigenaar van een gebouw hebben allen baat bij het IBB. Elk van deze partijen kan dan ook het initiatief nemen het model toe te passen.
Om het model IBB te kunnen implementeren, is een stappenplan beschikbaar. Het structureert het proces van samenwerking tussen de betrokken partijen en biedt een methode om de juiste samenstelling van verschillende brandveiligheidsmaatregelen te realiseren. IBB start met een grondige analyse van het bouwwerk en het gebruik ervan. De gebruiker/eigenaar, overheid en eventueel verzekeraar bepalen vervolgens gezamenlijk de meest geschikte brandbeveiligingsmaatregelen en leggen deze vast in een Integraal Plan Brandveiligheid (IPB). Dit plan vormt de basis voor de verdere uitwerking van de maatregelen en de kwaliteitsborging.
—
Als er brand ontstaat in een bedrijf zijn er effectieve methodes die het aantal sterfgevallen kunnen verminderen. Het smart safety light is een systeem met aandacht voor de gevaren van rookontwikkeling, waarbij intuïtief vluchten centraal staat. Door een speciale lichtkleur van de noodverlichting is het zicht in rook beter en kunnen mensen zichzelf sneller in veiligheid brengen.
Uit proeven onder toezicht van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) blijkt de gemiddelde vluchttijd met dit systeem bijna twee keer korter dan met een conventioneel systeem. De fabrikant van nood- en veiligheidsverlichting won met dit systeem de Innovatieprijs Brandveiligheid 2012.
Burgers krijgen een steeds grotere verantwoordelijkheid voor hun eigen brandveiligheid. Een bewijs daarvan is de hoofdboodschap van een regionale brandpreventiecampagne uit 2012: ‘Brandveiligheid is uw eigen verantwoordelijkheid’.
De brandpreventiecampagne had als doel de bewustwording onder specifieke risicodoelgroepen te vergroten en hen te stimuleren om zelf actie te ondernemen. Onderdeel van de campagne waren lokale helden in regionaal herkenbare situaties. Vaak staan senioren bij brandpreventie centraal, zoals bij de voorlichtingscampagne ‘Wat doe JIJ bij brand?’ tijdens de Nationale Brandpreventieweken 2012.
De gemeente Lelystad laat haar inwoners zelf buurtgenoten voorlichten. De gemeente heeft hiervoor in 2012 enkele burgers opgeleid tot ‘Buurtvoorlichter Brandveiligheid’. Na een opleiding van één dag konden deze buurtvoorlichters andere buurtbewoners informeren over brandveiligheid in woningen.
De context van veiligheid, en daarmee ook die van brandveiligheid, is aan verandering onderhevig. Er is sprake van nieuwe bouwregelgeving, de brandweer denkt na over de eigen rol en burgers en bedrijven begeven zich steeds vaker op het terrein van brandveiligheid. Te verwachten valt dat deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor de rolopvatting en verantwoordelijkheidsverdeling van overheid, bedrijven en burgers.
Het is interessant om te kijken naar de organisatie van de brandweer buiten de Nederlandse landsgrenzen. In Denemarken bijvoorbeeld levert Falck, een privaat bedrijf, brandweerzorg in ruim twee derde van de Deense gemeenten. Het grootste deel van de brandweerlieden bij Falck is vrijwilliger. Uit statistieken blijkt dat Falck de snelste uitruktijden heeft en dat Denemarken een van de goedkoopste landen in de wereld is als het gaat om de kosten voor brandbestrijding. Heeft een private brandweer ook in Nederland toekomstperspectief?
De meningen van experts uit het deskundigenpanel zijn verdeeld. Het is moeilijk te voorspellen of een private brandweer toekomst heeft in Nederland. Sommige deskundigen wijzen erop dat veiligheid een kerntaak blijft van de overheid en dat privatisering van collectieve diensten in het verleden geen goede uitwerking heeft gehad op de kwaliteit. Ook de belangrijke rol van de vrijwilligers wordt genoemd, die met privatisering onduidelijk kan zijn.
“Veiligheid is een kerntaak voor de overheid. Betrokkenheid van burgers als vrijwilligers maakt de brandweer van ons allemaal. We moeten de brandweer niet ‘van ons af organiseren’ zoals is gebeurd bij private beveiliging en PAC's.” – Jan Lavèn, gemeente Utrecht
“Een private brandweer kan een toekomst hebben in Nederland, maar dan niet zo ver doorgevoerd als in Denemarken. Verschillende taken kunnen op termijn ook door private partijen worden uitgevoerd, onder andere als onderdeel van publiek-private samenwerking”. – Marko van Leeuwen, Verbond van Verzekeraars