Over trendanalyse
Sinds 2009 monitort het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid trends in maatschappelijke veiligheid. Welke zorgwekkende en hoopgevende veiligheidsontwikkelingen doen zich voor? En hoe kunnen deze problemen effectief en innovatief worden aangepakt?




Visie op trends
Om voor de hand liggende redenen vraagt het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid voortdurend aandacht voor een volwaardige rol voor preventieve aanpakken in onze veiligheidszorg. Want er zijn volop alternatieven voor eenzijdig repressief optreden tegen onveiligheid, criminaliteit en overtredingen.
Trendbeeld
Hoe ziet onze veiligheid er in 2020 uit? Het CCV bekeek in het kader van zijn trendanalyse een aantal toekomstverkenningen om te inventariseren welke veiligheidsontwikkelingen ons in de toekomst te wachten zouden kunnen staan.

X

Veiligheidsontwikkelingen

Criminaliteit onder allochtone jongeren

........................................................................................................................................

Intro

........................................................................................................................................

In 2010 stelde de rijksoverheid zich tot doel de overlast, criminaliteit, schooluitval en werkloosheid onder Marokkaans-Nederlandse jongeren te verminderen. Om dat te realiseren, sloegen het Rijk, de VNG en 22 gemeenten waar veel overlastgevende en criminele Marokkaans-Nederlandse jongeren wonen, de handen ineen. Onder de noemer ‘Grenzen stellen en perspectief bieden’ zijn in de periode 2009-2012 extra capaciteit en middelen vrijgemaakt, met als doel problemen onder Marokkaans-Nederlandse jongeren te verminderen. In 2012 is het samenwerkingsverband, en daarmee ook de extra capaciteit en middelen, beëindigd. 
Hoe gaat het nu met Marokkaanse, maar ook Antilliaanse, jongeren? 

>>Trends

Aanpakken

........................................................................................................................................

Bijna alle 22 gemeenten uit het 'Samenwerkingsverband aanpak Marokkaans-Nederlandse risicojongeren' concentreerden zich vooral op de thema’s ‘overlast’ en ‘criminaliteit’. Zij ontwikkelden een groepsaanpak , organiseerden casusoverleg en zetten toezichthouders (zoals straatcoaches) in. Minder prioriteit bij gemeenten hadden de thema’s ‘school’ en ‘werk’.

In 2012 zijn in Amsterdam enkele Marokkaans-Nederlandse jeugddelinquenten gekoppeld aan een rolmodel van dezelfde afkomst. In een pilotproject werkten het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming met elkaar samen. Het project geeft aanleiding tot voorzichtig enthousiasme. Zowel de jeugddelinquent als het rolmodel namen deel op vrijwillige basis. Onder rolmodellen bestond verbazend veel animo om mee te werken. Deze ‘buddies’ moesten bereid zijn in een periode van een maand eens per week een gezamenlijke activiteit met de jongere te ondernemen. Gezamenlijk bezochten zij bijvoorbeeld een rechtbank of een museum. Het penbaar Ministerie overweegt het project in de toekomst op bredere schaal onderdeel te maken van de werkwijze.

Aanwezigen op een VNG-themasessie pleitten voor een andere aanpak van Marokkaans-Nederlandse jongeren. Gemeenten moeten kiezen voor een meer cultuursensitieve benadering in plaats van een cultuurspecifieke aanpak. De cultuurspecifieke aanpak baseert zich op de gedachte dat kenmerkende aspecten uit de Marokkaanse cultuur van ouders en overlastgevende jongeren samenhangen met overlastgevend gedrag van deze jongeren. Bij een cultuursensitieve benadering staat de cultuur niet centraal in de aanpak van Marokkaans-Nederlandse jongeren, maar is hiervoor wel aandacht bij de uitvoering ervan. Evidence-based interventies moeten daarbij het uitgangspunt zijn.

Onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar de kosten en baten van preventie en repressie sluit hierbij aan. 
Om echt kosteneffectief te kunnen zijn, moet een interventie allereerst bewezen effectief zijn. Sensitiviteit voor cultuur is daarbij een belangrijke voorwaarde. Ook blijken interventies gericht op een etnisch homogene groep vier maal zo effectief als interventies gericht op een gemengde groep. Verder blijkt dat preventieve interventies voor risicojongeren lonen in vergelijking met interventies die zich richten op de bredere jeugd. 

>>Toekomstperspectief

Toekomstperspectief

........................................................................................................................................

Bij de aanpak van Marokkaanse risicojongeren staan jongens meestal vol in de schijnwerpers. Natuurlijk bestaat ook een aanzienlijk deel van de Marokkaanse jongeren uit meisjes. Tijdens een themasessie van het 'Samenwerkingsverband aanpak Marokkaans-Nederlandse risicojongeren' bleek dat over Marokkaanse meisjes een positiever beeld bestaat. Zij doen hun best op school en veroorzaken weinig problemen. Trees Pels, bijzonder hoogleraar ‘Opvoeden in de multi-etnische stad’ aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, signaleert echter dat gedragsproblemen bij Marokkaanse meiden toenemen. Deze uiten zich vaak in de vorm van risicogedrag en criminaliteit. 
Moeten gemeenten voor de positieve en evenwichtige ontwikkeling van Marokkaanse meiden specifiek beleid voor deze groep ontwikkelen?