Tussen 2000 en 2007 vervijfvoudigde het aantal evenementen met meer dan 5000 bezoekers. Vanaf 2012 krijgen steeds meer gemeenten ook te maken met een nieuw type en niet-vergund evenement: een evenement dat (voornamelijk) jongeren organiseren via sociale media. Getuige de gebeurtenissen in het kader van Project X in de gemeente Haren zijn dat festiviteiten die ernstig kunnen escaleren.
>>TrendsIn onder meer Amerika, Frankrijk en Duitsland is de trend al langer zichtbaar: een grote groep jongeren spreekt via sociale media ergens af en bouwt een feestje dat in sommige gevallen volledig uit de hand loopt. Dit soort evenementen kent een groter risico op wanordelijkheden, omdat voorafgaand aan het evenement onduidelijk is hoeveel bezoekers er aanwezig zijn. Vergunningen zijn niet aangevraagd en verleend.
Ook in Nederland waren dit soort evenementen in de tweede helft van 2012 volop in het nieuws. Op 21 september 2012 loopt een openbaar Facebook-evenement in de gemeente Haren, onder de naam Project X Haren, volledig uit de hand. Na Haren krijgen steeds meer gemeenten te maken met hun eigen project X. In deze gemeenten komt het tot een kleine toeloop van jongeren, maar blijven rellen uit. Het roept de vraag op waarom een Project X in de ene gemeente escaleert, terwijl de andere gemeente geen ongeregeldheden beleeft.
Een draaiboek met richtlijnen bij een aangekondigd Project X-feest binnen de gemeentegrenzen is (nog) niet beschikbaar. Wel geeft het CCV op haar website een aantal tips aan gemeenten. Sommige gemeenten delen de maatregelen die zij namen om een mogelijk project X-feest te voorkomen.
Het merendeel van het deskundigenpanel vindt dat gemeenten voldoende middelen hebben om escalatie van een evenement zoals Project-X te voorkomen. Volgens deze deskundigen heeft de gemeente Haren deze middelen niet op een goede manier ingezet. Men is van mening dat het voor kleinere gemeenten lastig is dit soort ‘evenementen’ in goede banen te leiden. Grotere gemeenten beschikken over meer capaciteit en ervaring.
De snelheid van sociale media maakt het bovendien lastig om ontwikkelingen te volgen. Vroegtijdig acteren op sociale media van gemeente, politie en Openbaar Ministerie (OM) is volgens sommige deskundigen een oplossing. Uit het incident in Haren moeten andere gemeenten lering trekken. Na het onderzoek van de commissie Cohen zal meer duidelijk worden over de gang van zaken en of escalatie te voorkomen was.
“Er zijn voldoende middelen voor gemeenten om escalatie van een evenement zoals Project-X te voorkomen, net als voor de aanpak van allerlei andere veiligheidsproblemen. Waar het om gaat is het juist inzetten van die middelen. Daarin schieten veel gemeenten tekort”. – Sander Flight, DSP-groep
“Ik denk dat er nog te weinig ervaring is met grote spontane verzamelingen zoals Project-X, waarbij mensen zonder duidelijk doel bij elkaar komen”. – Anke van Gorp, Hogeschool Utrecht
Tijdens de jaarwisseling 2012-2013 bleef het aantal incidenten nagenoeg gelijk in vergelijking met de voorgaande jaarwisseling. Het aantal gevallen van openlijke geweldpleging halveerde ten opzichte van de vorige jaarwisseling en daalt de laatste drie jaarwisselingen gestaag. Ook het aantal incidenten van geweld tegen politie, brandweer en ambulancepersoneel nam met een derde af van 186 in 2011-2012 naar 114 in 2012-2013.
Tijdens de jaarwisseling 2011-2012 steeg het geweld tegen werknemers met een publieke taak nog licht. In vergelijking met de jaarwisselingen ervoor nam dit geweld in 2012-2013 fors af. Dat het totale aantal incidenten tijdens de jaarwisseling 2012-2013 gelijk bleef aan de jaarwisseling ervoor, heeft te maken met een stijging van het aantal vernielingen en brandstichtingen.
Volgens de minister van Veiligheid en Justitie zijn de hoeveelheid en de aard van de incidenten, de mate van geweld tegen werknemers met een publieke taak, het letsel, de schade en de maatschappelijke kosten nog steeds onacceptabel.
De gemeente Den Haag maakte tijdens de jaarwisseling 2011-2012 op grote schaal gebruik van ‘rolmodellen’. Ongeveer duizend vrijwilligers spraken leeftijdsgenoten op straat aan op verkeerd gedrag. Het project lijkt veelbelovend.
Ook zette de gemeente Den Haag als een van de weinige gemeenten de 'Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast'(MBVEO) in tijdens de jaarwisseling 2011-2012. De gemeente legde gedurende de jaarwisseling aan 27 personen een gebiedsverbod op. Bij evenementen zoals de jaarwisseling ervaren betrokken partijen positieve effecten van de wet.
Gemeenten raken steeds meer bekend met de mogelijkheden van de Wet (MBVEO). Tussen 1 april 2011 en 11 april 2012 pasten 27 gemeenten en zeven arrondissementen de wet toe. Vergeleken met de periode tussen 1 september 2010 en 1 april 2011 is dat een verdubbeling. Het overgrote deel van de opgelegde maatregelen was een gebiedsverbod of groepsverbod. Gemeenten zien de wet nog steeds als goede aanvulling op het totaal aan instrumenten dat tot hun beschikking staat.
Het overgrote deel van de gemeenten en arrondissementen past de wet MBVEO nog steeds niet toe. Andere instrumenten, zoals de APV en het noodbevel, hebben ook voldoende mogelijkheden en zijn ze gemakkelijker inzetbaar. Verder vinden gemeenten het lastig te voldoen aan de voorwaarden waaronder de wet mag worden ingezet. Gemeenten gebruiken de wet MBVEO voornamelijk in om overlast in de wijk te bestrijden. Zij passen de wet steeds vaker toe bij overlast in het horeca- en uitgaansgebieden. Minder vaak bewijst de wet zijn nut bij voetbalvandalisme en evenementen. Ondanks dat inzet van de wet bij evenementen nog in ontwikkeling is, bespreken steeds meer gemeenten de toepassing van de wet bij de voorbereiding van festiviteiten.
De 12-minnersmaatregel is − net als in de periode van 1 september 2010 tot 1 april 2011 waarover de inspectie in de zomer van 2011 rapporteerde − niet ingezet. Na de inzet van deze maatregel mag een 12-minner zich niet op bepaalde plaatsen in de gemeente bevinden (eventueel begrensd in een tijdsvak zoals de ‘avondklok’), tenzij een ouder of voogd de 12-minner begeleidt. Gemeenten geven aan dat een dergelijke maatregel erg ingrijpend is en dat zorg- en hulpverleningstrajecten effectiever zijn.
>>AanpakkenIn aanvulling op het onderzoek waarin de Inspectie Veiligheid en Justitie zich specifiek richtte op de toepassing van de wet MBVEO, is de wet in 2012 ook breder geëvalueerd. Hieruit blijkt dat de wet voornamelijk bij overlast in de wijk en evenementen (zoals tijdens jaarwisselingen) nuttig is. De onderzoekers constateren vooral in de gemeentelijke praktijk knelpunten bij toepassing van de wet. Een goed dossier opbouwen is ingewikkeld en arbeidsintensief. Gemeenten hebben een incompleet beeld van alle beschikbare instrumenten en mogelijke maatregelen om overlast te bestrijden. Onbekendheid van de wet MBVEO bij burgemeesters zorgt voor problemen bij onder meer dossiervorming en informatie-uitwisseling. Hierdoor zetten gemeenten de wet in enkele gevallen niet correct in. In andere gevallen zorgt koudwatervrees ervoor dat de zij de wet helemaal niet benutten.
Knelpunten doen zich vooral voor bij toepassing van de wet voor de aanpak van voetbalvandalisme. De maximale duur voor een gebiedsverbod, al dan niet in combinatie met een meldingsplicht, is volgens gemeenten te kort. Door de eis van herhaaldelijkheid is het niet mogelijk zogenoemde first offenders aan te pakken. In het regeerakkoord is opgenomen dat de wet MBVEO wordt aangescherpt met daarin hogere straffen.
—
Om gemeenten en arrodissementen te ondersteunen bij de uitvoering, toepassing en interpretatie van de wet MBVEO, opende het CCV per 1 november 2012 een kenniscentrum. Het kenniscentrum voor de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast bestaat uit experts van gemeenten, Openbaar Ministerie, het ministerie van Veiligheid en Justitie en het CCV. Via een LinkedIn-groep krijgen professionals antwoord op hun vragen. Ook kunnen zij hier ervaringen uitwisselen. De gestelde vragen en antwoorden publiceert het CCV op de website.
—
Tijdens evenementen krijgen burgemeesters soms te maken met potentiële ordeverstoorders. De huidige wetgeving biedt voldoende grondslag om een dergelijke groep tijdelijk te verplaatsen. Dat blijkt uit onderzoek naar aanleiding van de rellen in Hoek van Holland in 2010.
Via een noodbevel kan de burgemeester personen bevelen zich te verwijderen van een plek of uit de gemeente. Als personen hieraan geen gehoor geven, kan de burgemeester ertoe overgaan deze groep te verplaatsen. Het noodbevel kan ook een gebiedsverbod bevatten. Daarmee kan de burgemeester een groep verbieden op de plaats van het evenement te komen. De burgemeester kan een groter gebied aanwijzen dan het gebied van het evenement.
In evenementenbeleid neemt de gemeente voorzorgsmaatregelen om de veiligheid en gezondheid van burgers te beschermen tijdens grote evenementen. Uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Veiligheid blijkt dat de meeste gemeenten in 2012 beschikten over een evenementenbeleid.
De inspecties adviseren gemeenten om de samenwerking met de hulpverleningsdiensten en de andere gemeenten in de regio te verstevigen. Een regionale aanpak kan bestaan uit een eenduidige regionale definitie van een publieksevenement, eenduidige risicocategorieën, een uniform instrument voor risicoanalyse en een door alle gemeenten en diensten consequent gevulde en gebruikte regionale evenementenkalender. Samenwerking binnen de grenzen van de veiligheidsregio ligt volgens de inspectie het meest voor de hand.
Het CCV verbeterde in 2012, in samenwerking met Koninklijke Horeca Nederland, het stappenplan Keurmerk Veilig Uitgaan (KVU). Een eigen praktijkanalyse en een evaluatie van Regioplan waren daarvoor de belangrijkste informatiebronnen.
De evaluatie maakt duidelijk dat deelnemers aan het KVU een breed scala aan veiligheidsmaatregelen kunnen inzetten. Van een deel van deze maatregelen is (nog) niet bekend of zij effect hebben. Uit de praktijk blijkt dat bijvoorbeeld de collectieve horecaontzegging in de ene gemeente werkt, terwijl de maatregel in een andere gemeente vooral voor uitvoeringsproblemen zorgt. Om in de toekomst meer te kunnen zeggen over de effectiviteit van maatregelen ontwikkelde het CCV de Keuzewijzer Veilig Uitgaan, dat een overzicht biedt van effectieve maatregelen].
Geweld komt het meest voor tijdens evenementen en in het uitgaansleven. Op dit moment zijn er geen landelijke cijfers beschikbaar over uitgaansgeweld. Vindt het deskundigenpanel dat monitoren van landelijke cijfers over uitgaansgeweld een meerwaarde heeft? Tweederde van de panelleden vindt de beschikbaarheid van landelijke cijfers een pluspunt. Deze cijfers moeten partijen gebruiken om effectief en preventief beleid te voeren. Ook geven landelijke cijfers de mogelijkheid gebieden met elkaar te vergelijken. Waarom kent een gebied veel of weinig uitgaansgeweld en wat zijn daarvan de oorzaken? Kennis van deze oorzaken kan inzicht geven in de effectiviteit van maatregelen.
Wel plaatsen experts een kanttekening: een essentiële voorwaarde is dat er eerst overeenstemming bestaat over de definitie van uitgaansgeweld. Ook moet duidelijk zijn waarom inzicht in deze cijfers van belang is. Bij het apart registreren van uitgaansgeweld wijst een expert erop dat de benodigde aanpassing van politieregistraties, een vergroting van de administratieve last van politiemensen met zich mee kan brengen.
“We weten veel te weinig van uitgaansgeweld. Dat geldt zowel voor de omvang en intensiteit van het verschijnsel als voor de aanpak ervan door de politie en succesvolle werkwijzen”. – Heinrich Winter, Rijksuniversiteit Groningen
“Het is heel lastig om uitgaansgeweld goed te registreren en monitoren. Wat de een ziet als een akkefietje ziet een ander als serieuze bedreiging. Onze samenleving lijkt intimidatie en geweld steeds zwaarder te interpreteren”. (Toon van der Heijden, Parket-Generaal)
>>ToekomstperspectiefSteeds meer gemeenten scherpen de regels voor de organisatie van vechtsportevenementen aan. Om vechtsportgala’s te kunnen weren, is in de gemeente Leeuwarden voor alle evenementen een vergunning verplicht. De nieuwe regelgeving zorgt ervoor dat de gemeente organisatoren van indoorevenementen op evenementenlocaties aan een Bibob-onderzoek kan onderwerpen. In de gemeente Amsterdam hebben vechtsportgala’s een speciale plaats gekregen in de Algemene Plaatselijke Verordening, waardoor extra voorwaarden gelden.
Gemeenten in Noord-Holland Noord staan vechtsportgala’s in de toekomst alleen nog toe als deze onder de Federatie Oosterse Gevechtskunsten (FOG) vallen.
Volgen meer gemeenten deze voorbeelden? En worden in de toekomst ook andere evenementen aan strengere regels gebonden?