Over trendanalyse
Sinds 2009 monitort het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid trends in maatschappelijke veiligheid. Welke zorgwekkende en hoopgevende veiligheidsontwikkelingen doen zich voor? En hoe kunnen deze problemen effectief en innovatief worden aangepakt?




Trendbeeld
Hoe ziet onze veiligheid er in 2020 uit? Het CCV bekeek in het kader van zijn trendanalyse een aantal toekomstverkenningen om te inventariseren welke veiligheidsontwikkelingen ons in de toekomst te wachten zouden kunnen staan.

X

Veiligheidsontwikkelingen

Illegale prostitutie

........................................................................................................................................

Intro

........................................................................................................................................

Met de invoering van de Wet regulering prostitutie in 2012 is een verplicht en uniform vergunningenstelsel voor alle seksbedrijven gerealiseerd. De wet moet zicht en grip op de prostitutiesector versterken. Door alle vormen van prostitutie onder dezelfde vorm van regulering te brengen, kan de strijd met mensenhandel, uitbuiting en andere illegale praktijken in de prostitutiesector effectiever worden aangegaan. 

Gemeenten krijgen onder het nieuwe stelsel extra verantwoordelijkheid voor het toezicht op de naleving van de vergunningsvoorwaarden voor prostitutie- en escortbedrijven. Alle prostituees moeten zich registreren in een landelijk register en klanten van niet-geregistreerde prostituees zijn strafbaar.  

>>Trends

Aanpakken

........................................................................................................................................

Goede samenwerking

Personeel in de luchtvaartsector is in 2011 tijdens trainingen geïnformeerd over de risico’s van mensenhandel via internationale vluchten . Daarvoor heeft het kabinet een bulletin laten ontwikkelen waarin wordt omschreven wat mensenhandel is en hoe luchtvaartpersoneel slachtoffers kan herkennen en tegen mensenhandelaars kan optreden. Het bulletin, dat is opgesteld in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee en CoMensha, heeft tot doel om bewustzijn van mensenhandel bij personeel in de luchtvaartsector te vergroten, waardoor het aantal meldingen van slachtoffers toeneemt.

Ook een andere beroepsgroep is betrokken bij de aanpak van mensenhandel. Receptionisten en kamermeisjes zijn door de politie bijgespijkerd in het herkennen van prostituees omdat deze slachtoffer kunnen zijn van mensenhandel. De politie geeft tijdens workshops informatie over signalen, zoals Oost-Europese vrouwen van twintig tot dertig jaar die voor langere tijd een kamer boeken en vrouwen die de hele dag in de kamer verblijven.

Goede samenwerking: Professionals en burgers

De Nationale Recherche zette in 2011 voor het eerst een sms-bom in om klanten van escortbureaus te waarschuwen voor mensenhandel. De sms-actie is bedoeld om bij de klanten van de escorts het bewustzijn van mensenhandel te vergroten en om hun hulp te vragen in de bestrijding van de problematiek. Uit onderzoek in Amsterdam blijkt dat de meeste misstanden worden gesignaleerd in de raamprostitutie.

Goede samenwerking: Publiek en privaat

In 2011 publiceerde het CCV een instrument dat gemeenten en instellingen helpt bij het opzetten en uitvoeren van een uitstapprogramma voor prostituees. Het instrument is gebaseerd op het beginsel dat uitstapprogramma’s in ieder geval rekening houden met vier fasen: contact, oriëntatie, uitvoering en nazorg. 

Het stappenplan van het CCV is het resultaat van een evaluatie van de Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees (RUPS), waarmee de rijksoverheid gemeenten en instellingen stimuleerde om een programma op te zetten voor prostituees die naar ander werk willen worden begeleid. Een belangrijke succesfactor voor een uitstapprogramma blijkt de begeleiding door trajectbegeleiders. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor de prostituee, bieden hulp bij het aanpakken van problemen, en fungeren als gids door de wirwar van wetgeving, regels en bureaucratie. 

In totaal zijn er met de RUPS-regeling dertien uitstapprogramma’s opgezet of uitgebreid, waaraan tussen de 800 en 850 prostituees deelnamen. Tijdens de evaluatie van de regeling bleek het niet mogelijk om de exacte aantallen van deelnemers en succesvolle ‘uitstappers’ te geven. Er is bij de verschillende projecten geen eenduidige registratie van gegevens over instroom, doorstroom en uitstroom. Wel werd duidelijk dat de hulpverlening volgens zowel de professionals als de deelnemers naar tevredenheid verloopt. 

Een van de knelpunten is dat uitstapprogramma’s vaak lokaal zijn georganiseerd, terwijl ze een regionale functie hebben. Gemeentelijke diensten, zoals de sociale dienst en schuldhulpverlening zijn vaak onbekend met de doelgroep als er in die gemeente geen uitstapprogramma is. Dit draagt niet bij aan hulp bij de levensverandering die prostituees noodzakelijkerwijs moeten doormaken om hun beroep vaarwel te zeggen.

>>Trendperspectief

Trendperspectief

........................................................................................................................................

Internationaal

De meeste landen hebben mensenhandel strafbaar gesteld. Het gebruik van deze wetten om mensenhandelaren te vervolgen en veroordelen blijft volgens het UNODC beperkt. Daar komt bij dat er weinig kennis en begrip is van het delict. 

Het United Nations Office on Drugs and Crime lanceerde in 2011 een database met informatie en jurisprudentie over mensenhandel. De databank van het UNODC bevat details over nationaliteiten van daders en slachtoffers, veelgebruikte routes, rechterlijke uitspraken en andere informatie uit strafzaken uit de hele wereld. De database is een hulpmiddel voor rechters, Openbaar Ministerie, beleidsmakers, journalisten en onderzoekers. 

Volgens het kabinet loopt Nederland internationaal gezien voorop bij de aanpak van mensenhandel. Dit blijkt onder andere uit de laatste editie van Trafficking in persons 2011. Hierin staat dat de Nederlandse overheid landelijk en internationaal leiderschap toont in het ontwikkelen van innovatieve methoden om mensenhandel aan te pakken. Ook maakt het rapport melding van de pragmatische en zelfkritische aanpak in ons land, die leidt tot concrete verbeteringen in het mensenhandelbeleid. Daarnaast signaleert het rapport dat in Nederland stevig wordt ingezet op slachtofferopvang.

Expertperspectief

In oktober 2000 is het algemeen bordeelverbod opgeheven. Met de wetswijziging werd de exploitatie van vrijwillige prostitutie gelegaliseerd, met als doel een duidelijke scheidslijn aan te brengen tussen legale en illegale vormen van prostitutie. Van legaal sekswerk is sprake als prostituees vrijwillig werken en minimaal achttien jaar oud zijn en de exploitatie plaatsvindt binnen de kaders van het gemeentelijk beleid. De formulering en handhaving van het lokale prostitutiebeleid zijn overgelaten aan gemeenten. 

De wetswijziging was bedoeld om de exploitatie van prostitutie te reguleren en te beheersen, de positie van prostituees te verbeteren, en strafbare feiten binnen de sector - zoals uitbuiting van minderjarigen en mensenhandel - beter te kunnen aanpakken. 

Ruim een decennium na de invoering is duidelijk dat de opheffing van het bordeelverbod onvoldoende effect heeft op criminaliteit en overlast rond prostitutie. Voor die tijd werd het verbod op bordelen in de praktijk nauwelijks gehandhaafd. Wat heeft de wetswijziging in de praktijk veranderd?

Uit een landelijke evaluatie van de opheffing van het bordeelverbod die in 2007 werd afgerond kwam naar voren gekomen dat mensenhandel sindsdien vooral is bemoeilijkt door strengere handhaving. Een groot deel van de beschikbare capaciteit van de politie wordt besteed aan controles in de vergunde sector, terwijl in de niet-vergunde sector beperkt wordt gecontroleerd en gerechercheerd.

De onderzoeksresultaten uit 2007 lijken nog onverminderd relevant. Volgens recente evaluaties van de opheffing van het bordeelverbod in Amsterdam behoudt de branche haar criminogene karakter. De meeste misstanden worden gesignaleerd in de raamprostitutie. Een aantal escortbureaus ontloopt de vergunningverplichting die in 2008 is ingesteld, door zich bijvoorbeeld in andere steden te vestigen of illegaal op het internet te adverteren. 

In Nijmegen constateerden onderzoekers in 2010 dat de mate waarin mensenhandel na opheffing van het bordeelverbod is teruggedrongen niet is vast te stellen. Wel blijkt de overlast rond de tippelzone en de straat waar raamprostitutie is gevestigd beperkt en stabiel.

Deelnemers aan het CCV-deskundigenpanel zijn verdeeld over de effecten van het bordeelverbod op mensenhandel en onveiligheid. Duidelijk is dat transparantie en zichtbaarheid van de sector van belang zijn voor adequaat toezicht op legale bedrijven en voor het bestrijden van misstanden. Daarnaast is hulpverlening aan de vrouwen een blijvend aandachtspunt.

Vraag voor de toekomst

Volgens het CCV is het denkbaar dat de invoering van de nieuwe prostitutiewet leidt tot nieuwe manieren van samenwerking. Te denken valt aan koppels die namens verschillende organisaties de straat op gaan: zoals met iemand vanuit de gemeente en iemand vanuit de politie.