De Integrale Veiligheidsmonitor laat zien dat het aandeel Nederlanders dat sociale overlast zoals overlast van buren, dronken mensen op straat en groepen hangjongeren ervaart sinds 2008 nagenoeg gelijk is gebleven. Wel zijn veranderingen zichtbaar in de problemen met fysieke verloedering. Een kleiner percentage burgers heeft vaak last van graffiti in de woonbuurt, zwerfvuil op straat of vernieling van straatmeubilair zoals telefooncellen, bus- of tramhokjes. Overigens behoort hondenpoep op straat ondanks positieve ontwikkelingen nog altijd tot het meest genoemde overlastprobleem.
>>TrendsPositieve ontwikkeling
Kunstprojecten dragen bij aan een verbetering van de leefbaarheid in aandachtswijken. De waardering van bewoners voor de leefbaarheid is in aandachtswijken mét kunst en cultuur meer omhoog gegaan dan in aandachtswijken zonder deze voorzieningen.
De toegenomen waardering van burgers levert een positieve bijdrage aan de vastgoedontwikkeling in de aandachtswijken. De aanwezigheid van kunst leidt tot vermogensvorming in de wijk en een extra vastgoedwaarde van gemiddeld duizend euro per woning per jaar. Woningcorporaties en andere vastgoedeigenaren hebben daar profijt van. Door een verbeterde leefbaarheid kunnen woningen makkelijker worden verhuurd of verkocht en is minder sloop en nieuwbouw nodig. Daarnaast zijn er collectieve baten doordat publiektrekkende kunstactiviteiten de buurt levendiger maken, de onderlinge verbanden tussen bewoners verbeteren en de reputatie en de omzet van ondernemers vergroten.
Negatieve ontwikkeling
Verschillende gemeenten maken zich zorgen over ontwikkelingen in de wijken uit de jaren zeventig en tachtig. Twintig procent van de Nederlandse woningvoorraad bestaat uit bloemkoolwijken De angst bestaat dat deze woonerfwijken in de nabije toekomst vervallen tot probleemwijken. Er doen zich volgens onderzoek nog geen omvangrijke problemen voor, zoals in de veertig aandachtswijken. Omdat woonerfwijken langzaam maar zeker te maken krijgen met verslechterende leefbaarheid en achterblijvende woningprijzen is preventief beleid nu noodzakelijk.
De huidige problemen in woonerfwijken zijn achterstallig onderhoud in de openbare ruimte en een gebrek aan voorzieningen voor oudere jongeren. Ook wijkvoorzieningen zoals bibliotheken en consultatiebureaus staan onder druk door schaalvergroting en gezinsverdunning. Door de weinig aantrekkelijke gestapelde laagbouw en mix van experimentele woningtypen is dit woningaanbod weinig populair bij huizenzoekers. Bloemkoolwijken trekken daardoor bewoners aan die overlast veroorzaken. Net als in de huidige aandachtswijken concentreren de sociale problemen zich in bloemkoolbuurten ook in kleine buurtjes, die vervolgens het imago van de wijk en daarmee de woningwaarden van die wijk naar beneden trekken.
>>AanpakkenGoede samenwerking: Toezichthouders en hun werkveld
Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking en bestuurlijke boete in 2009 is het voor gemeenten gemakkelijker om overlast op straat direct aan te pakken. Het voordeel van de nieuwe boetebevoegdheid is dat bonnen die buitengewoon opsporingsambtenaren uitschrijven, direct worden geïnd via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJI). Dat scheelt de gemeente administratieve rompslomp.
Volgens het CJI maakten in 2011 al 165 gemeenten gebruik van de bestuurlijke strafbeschikking. In de eerste zes maanden van 2011 werden bijna 17.000 bestuurlijke beschikkingen uitgedeeld om op te treden tegen overlast. De meeste boetes zijn opgelegd aan hondeneigenaren die zich niet aan de regels houden. Ook worden het te vroeg of verkeerd aanbieden van afval, het drinken van alcohol op straat en wildplassen veel beboet.
Goede samenwerking: Professionals en burgers
Utrechtse burgers zijn geen watjes als het gaat om ingrijpen in lokale overlastsituaties. Dat kan worden geconcludeerd op basis van een analyse van cijfers over de ontwikkeling van 74 Utrechtse buurten over een periode van tien jaar. Het onderzoek laat zien dat bewoners meer bereid zijn om in te grijpen bij ernstiger problemen, bijvoorbeeld als iemand zich verdacht gedraagt in de buurt van een auto, dan in minder ernstige problemen, zoals rondhangende kinderen.
De verwachting die een individuele bewoner heeft over gedrag van andere buurtbewoners blijkt de belangrijkste voorspeller van de bereidheid om actie te ondernemen om een overlastprobleem op te lossen. Als de bewoner verwacht dat anderen in actie zullen komen, is hij zelf ook meer geneigd om in te grijpen.
Meer inzicht in de bereidheid van burgers om op te treden tegen buurtoverlast is van belang om een negatieve spiraal te doorbreken. In een wijk met veel overlast zijn meer verhuizingen en dat kan leiden tot een afname van het aantal mensen dat zich inzet voor veiligheid en leefbaarheid. Omdat op die manier het gemeenschapsgevoel verzwakt, versterkt overlast zichzelf.
Goede samenwerking: Publiek en privaat
Tussen 2008 en 2010 maakten zes buurten in Leeuwarden, Maastricht, Middelburg, Roosendaal, Velsen en Weert kennis met gedragscodes. Een gedragscode bestaat uit afspraken over de gewenste omgangsvormen in een wijk of buurt, die vrijwillig worden opgesteld door bewoners en andere betrokkenen.
Gedragscodes zijn een hulpmiddel om de normen, waarden en dagelijkse omgang in een woonbuurt te verbeteren en stimuleren de zelfredzaamheid van bewoners. Professionals gebruiken een gedragscode om de wijk veilig en prettig leefbaar te maken. Een gedragscode moet van onderop worden ontwikkeld. Het proces van samenwerken en de discussie over waarden, normen, omgangsvormen en grenzen zijn misschien wel even belangrijk als het formuleren van een gedragscode.
Uit een procesevaluatie die het CCV in 2010 en 2011 uitvoerde, blijkt dat deelnemende buurtbewoners en projectgroepen positief zijn over gedragscodes. Het project krijgt van hen een rapportcijfer 7. Volgens bewoners en professionals is de sfeer in de wijk beduidend verbeterd. Over de effecten op overlast, fysieke verloedering, vernielingen en vandalisme in hun buurt, zijn bewoners minder te spreken. Velen vinden dat zij zelf wel bijdragen aan het tegengaan van deze buurtproblemen, maar dat anderen de buurtafspraken niet nakomen.
Over het algemeen zijn leden van de projectgroepen die de gedragscodes begeleidden tevreden over het resultaat van hun inspanningen. Het stappenplan dat projectgroepen ondersteunt bij het opzetten van gedragscodes lijkt in de praktijk ook prima te werken.
De ervaringen in de zes pilotbuurten leert dat een succesvolle toepassing van gedragscodes aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Zo zijn onder andere draagvlak bij alle betrokkenen, verwachtingenmanagement en een actieve bijdrage van bewoners tijdens het gehele proces een must. Daarnaast blijken gedragscodes niet geschikt voor het aanpakken van grote of complexe problemen in een wijk.
Naar aanleiding van het onderzoek zijn enkele aanpassingen in het stappenplan voor projecten met gedragscodes doorgevoerd. Zo bleek het draagvlak onder bewoners te kunnen worden vergroot door een bekende buurtbewoner in te schakelen als gastvoorzitter. Het opstellen van een speciale gedragscode voor kinderen kan, als aanvulling op de gemaakte buurtafspraken, een aanrader zijn.
>>TrendperspectiefInternationaal
Op lokaal niveau wordt bij de aanpak van antisociaal gedrag vooral gereageerd naar aanleiding van specifieke klachten en meldingen zonder dat er kennis van de lokale problemen, zo wijst Brits onderzoek uit. Proactieve en preventieve maatregelen, zoals situationele criminaliteitspreventie of ‘environmental designs’, komen nauwelijks aan bod. De onderzoeker vindt het moeilijk te zeggen of het reactief optreden effectief is, omdat het grootste deel van de onderzochte aanpakken niet systematisch is geëvalueerd.
Een duurzame oplossing voor problemen met antisociaal gedrag is in ieder geval zelden te vinden in uitsluitend handhavende maatregelen zoals anti-social behavior orders. Een ASBO is gebaseerd op de premisse dat overlast wordt veroorzaakt door een beperkte groep individuen die vatbaar zijn voor de pressie die uitgaat van verbodsbepalingen. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat dit werkelijk zo uitpakt. Een duurzame oplossing voor een omvattend probleem zoals antisociaal vraagt om een mix van maatregelen die worden afgestemd op de aard van de specifieke lokale omstandigheden.
Expertperspectief
Kunnen straatcoaches een effectieve bijdrage leveren aan het bestrijden van overlast en verloedering? Ondanks het groeiende aantal straatcoaches dat door gemeenten wordt ingehuurd, is deze vraag moeilijk te beantwoorden.
De overheid heeft de inzet van straatcoaches (financieel) gestimuleerd in de 22 zogenoemde Marokkanengemeenten. Er zijn nog niet veel systematische evaluaties beschikbaar over kosten en effecten van deze bijzondere particuliere beveiligers, die vooral worden ingezet om de overlast van groepen jongeren te verminderen. Het is wel duidelijk dat de straatcoaches vooral repressief optreden en geïsoleerd van de hulpverleningsketen opereren. Daardoor kunnen zij weinig betekenen voor het verbeteren van het zorgaanbod voor en de opleidings- en arbeidskansen van overlastgevende jongeren.
Volgens het CCV-deskundigenpanel zijn straatcoaches een hype en zeker geen toverformule. De inzet van dit soort toezichthouders kan persoonlijk contact met probleemgroepen verbeteren, en sociale controle versterken. De kwaliteit van de particuliere beveiligers verschilt echter nogal en de maatregel is meestal tijdelijk en kostbaar.
Vraag voor de toekomst
Er is toenemende aandacht voor communicatie over overlast en verloedering.
De ervaring leert dat beleid gericht op het tegengaan van overlast en verloedering juist de beleving van de problematiek in de hand werkt. Dat geldt vooral als het beleid of de aanpak duidelijk zichtbaar is. Die zichtbaarheid is prima als daarmee burgers worden bereikt die al het gevoel hebben dat er een echt probleem is. Het tegenovergestelde effect treedt op als onder burgers dat probleembesef nog niet bestaat, omdat dan hun aandacht naar de mogelijke problematiek wordt getrokken.
Het positief beïnvloeden van percepties van overlast en verloedering is dan ook geen sinecure. Het bestaande onderzoek geeft aan dat klassieke grootschalige manieren om te communiceren in toenemende mate tekort schieten. Communicatie die zich kenmerkt door tweezijdigheid, geloofwaardigheid en aansluiting op media die de doelgroepen al gebruiken is het meest veelbelovend. Maar het is nog niet bekend hoe deze communicatie, waarin sociale media ongetwijfeld een centrale rol spelen, precies een invulling kan krijgen. In 2012 starten pilots die specifiek zijn gericht op de inzet van (sociale) media bij de aanpak van overlast en verloedering.
In de strijd tegen overlast en verloedering kiezen veiligheidsprofessonals steeds vaker een positieve insteek. Zoals het succes van Bob-campagnes heeft laten zien, kan het belonen van regelnalevers - naast het straffen van overtreders - een bijdrage leveren aan de lokale veiligheid. Op deze manier komen burgers die het goede voorbeeld geven steeds meer in beeld.
Aan innovaties op dit terrein is geen gebrek, zoals: