De criminaliteitsstatistieken over woninginbraak zijn uitermate grillig. Na piekjaar 1995 lieten de cijfers eerst een positieve ontwikkeling zien, maar de laatste jaren nemen de geregistreerde en ondervonden woninginbraken toe. De aanpak van de problematiek wordt bemoeilijkt door nieuwe modus operandi van het inbrekersgilde. Actieve betrokkenheid van burgers en bedrijven bij preventie en opsporing is dan ook geen overbodig luxe.
>>TrendsPositieve ontwikkeling
Het aantal woningovervallen daalde van 841 in 2009 naar 767 in 2010. Het aantal woningovervallen bleef in 2011 nagenoeg gelijk met 768 overvallen. Dat komt neer op een daling van negen procent. Wel steeg het aantal woningovervallen op 55-plussers met zestien procent, om vervolgens in 2011 weer met zes procent te dalen. De overvallen op senioren zijn extra zorgwekkend omdat zij zich vaak assertief opstellen in de richting van de overvaller. Dit leidt tot een grotere kans op letsel.
Negatieve ontwikkeling
Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het totaal aantal geregistreerde woninginbraken de laatste jaren gestegen: 70.245 in 2008, 73.855 in 2009 en 81.925 in 2010. Het aantal geregistreerde woninginbraken steeg in 2010 met tien procent ten opzichte van het jaar ervoor. De pakkans na een inbraak is met zeven procent nog altijd betrekkelijk klein.
Een deel van de stijgende cijfers wordt verklaard door de toename van het aantal woningen. Daarnaast zijn er serie-inbrekers actief die soms wekenlang iedere nacht meerdere woningen bezoeken. Volgens de Integrale Veiligheidsmonitor 2010, gebaseerd op slachtoffergegevens, is het percentage woninginbraken de afgelopen drie jaar nauwelijks veranderd.In 2008, 2009 en 2010 kreeg steeds ongeveer 2,5 procent van de Nederlandse bevolking te maken met inbraak of een poging tot inbraak.
Hardnekkige problematiek
In 2010 beschikten meer dan twee op de drie huishoudens (zeventig procent) over extra hang- en sluitwerk om inbrekers tegen te houden. Uit cijfers van het CBS blijkt dat dit een lager aandeel is dan in het jaar ervoor.
Andere maatregelen voor burgers om woninginbraak te voorkomen, zijn de laatste jaren onveranderd populair. Zo kiest al enkele jaren ongeveer 79 procent van de Nederlandse huishoudens voor buitenverlichting. Luiken voor ramen en deuren (zestien procent) en een alarminstallatie (twaalf procent) komen in 2010 aanzienlijk minder vaak voor dan verlichting en sloten. Dat kan te maken hebben met het beleid van woningcorporaties die bij huurwoningen verantwoordelijk zijn voor een aantal preventieve beveiligingsmaatregelen.
Het CCV waarschuwt dat woninginbrekers steeds vaker met speciaal gereedschap de cilinder uit het voordeurslot trekken. Daarom zijn voor het Politiekeurmerk Veilig Wonen sinds augustus 2011 sloten verplicht die tegen deze techniek bestand zijn. De toepassing van het Politiekeurmerk Veilig Wonen stijgt de laatste jaren minder snel. In 2008 kregen 58.000 woningen het certificaat dat ze aan alle veiligheidseisen voldoen, in 2009 waren dit er 40.000 en in 2010 en in 2011 in elk jaar 32.000. In de periode 2004 tot en met 2005 werden er nog circa 60.000 PKVW-certificaten per jaar behaald. In totaal zijn in Nederland nog altijd zo’n half miljoen huizen met PKVW-certificaat. De stagnatie komt deels door de afname van de productie van nieuwbouwwoningen. Daarnaast nemen veel gemeenten het PKVW niet in hun beleid op, waardoor projectontwikkelaars en corporaties onvoldoende worden aangemoedigd om bij nieuwbouwprojecten en renovaties de huizen optimaal te beveiligen.
Het CCV, dat het PKVW beheert, pleit al enige tijd voor een fiscale maatregel die de beveiliging van woningen deels aftrekbaar maakt. In België en Duitsland bestaat zo’n regeling al. Daarnaast maakt het CCV zich hard voor het stimuleren van PKVW in de bestaande bouw, bijvoorbeeld in woningen uit de jaren negentig die niet voldoen aan de hedendaagse inbraakpreventie-eisen.
Goede samenwerking: Professionals en burgers
Burgernet krijgt een steeds beter bereik. Het samenwerkingsverband tussen burgers, gemeente en politie om de veiligheid in de woon- en werkomgeving te bevorderen, telde in 2011 al meer dan 600.000 deelnemers. Burgernet is een veelbeproefd hulpmiddel bij de opsporing van inbraken en overvallen.
Burgernet wordt de laatste jaren vooral ingezet bij vermissingen en bij tijdkritische incidenten zoals woninginbraak, straatroof en overvallen. De politie maakt steeds meer gebruik van het alerteringssysteem om niet-tijdkritische acties onder de aandacht van burgers te brengen, zoals bij een aanvullend buurtonderzoek van de recherche. Door informatie van deelnemers kan de politie in gemiddeld tien procent van de gevallen een Burgernetactie succesvol afsluiten.
Burgernet moet uitgroeien tot een overkoepelende alerteringsdienst, ook beschikbaar voor brandweer of de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen. Daarnaast kunnen Amber Alert en SMS-Alert in Burgernet worden geïntegreerd. De verwachting is dat het systeem in 2012 800.000 deelnemers in driehonderd gemeenten heeft.
Goede samenwerking: Publiek en privaat
In het bedrijfsleven wordt het RAAK-principe al langere tijd gebruikt bij overvaltrainingen en voorlichting over overvallen. Het devies van RAAK is:
Rustig blijven,
Accepteren (speel niet de held),
Afgeven van bezittingen, en
Kijken naar de dader.
Het RAAK-principe is een geschikt middel om mensen ervan te overtuigen dat hun veiligheid en gezondheid belangrijker zijn dan hun bezittingen. De politie adviseert inmiddels om RAAK ook toe te passen bij een woningoverval. Het CCV heeft het principe zodoende opgenomen in de voorlichting over woningovervallen. De CCV-publicaties ‘Verklein het risico op een woningoverval’, ’Senioren & Veiligheid’ en ’Woon veiliger met het PKVW’ zijn in 2011 aangevuld met informatie over het RAAK-principe.
Op initiatief van de Taskforce Overvallen en het CCV is in 2010 een pilotactie gestart om burgers te informeren over het risico van woningovervallen. Bewoners in onder andere Arnhem, Heerlen, Heusden, Utrecht en Wageningen worden huis aan huis gewezen op het gevaar van woninginbraak, babbeltrucs en woningovervallen. Na afloop van het gesprek krijgen de bewoners een kierstandhouder of een deurspion gemonteerd. In 2010 werden op die manier in totaal 190 kierstandhouders aangebracht. Er zijn in 2011 ook nog eens meer dan 220 kierstandhouders uitgedeeld.
Daarnaast zijn ruim 317 kierstandhouders uitgedeeld om woningovervallen en babbeltrucs onder senioren zoveel mogelijk te voorkomen. Dit als onderdeel van een project dat het CCV in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie en samen met de ANBO, belangenorganisatie voor ouderen, uitvoerde. In bijeenkomsten voor senioren over de preventie van woningovervallen en veilig wonen kregen de deelnemers informatie over wat een overval is, de mogelijke gevolgen voor slachtoffers en de werkwijze van daders. Daarnaast kregen de deelnemers laagdrempelige tips over veilig wonen, informatie over eenvoudige bouwkundige maatregelen, zoals de kierstandhouder, en vaardigheden hoe om te gaan met een overval.
>>TrendperspectiefInternationaal
Sociale media spelen in diverse soorten misdrijven een rol. In een top tien van misdrijven die door sociale media worden gefaciliteerd, staat woninginbraak met stip op nummer één. In Nederland wordt niet bijgehouden of een inbraak het gevolg is van een bewoner die via Twitter of Facebook vertelt op vakantie te zijn. Uit een onderzoekje onder vijftig oud-inbrekers in Engeland komt naar voren dat 78 procent sociale media gebruikt als onderdeel van zijn ‘vak’. Hoewel de betrouwbaarheid van dit onderzoek discutabel is, is het preventieve signaal niet verkeerd: let op met het plaatsen van informatie over waar je je bevindt op sociale media, want het inbrekersgilde leest mee.
Expertperspectief
In 2011 startte Vereniging Eigen Huis een website waarop inbrekers te kijk worden gezet met als doel hen het werk zo moeilijk mogelijk te maken. De website publiceert beeldmateriaal dat de organisatie anoniem ontving en beelden van inbrekers en inbraakpogingen die burgers zelf kunnen uploaden. Naast ’naming & shaming’ van inbrekers richt de site zich ook op voorlichting over inbraakpreventie.
Mede naar aanleiding van het initiatief van Vereniging Eigen Huis stelde het College bescherming persoonsgegevens voor om een nationale website in te richten met beelden van verdachten van een misdrijf. Burgers kunnen dan beelden van overvallers of inbrekers op zo’n online prikbord plaatsen nadat ze zijn bekeken en gecontroleerd door de politie. Vereniging Eigen Huis plaatst foto’s en filmpjes van burgers op voorwaarde dat zij een kopie van een aangifte meesturen, maar zonder tussenkomst van de politie.
Een overweldigende meerderheid van het CCV-deskundigenpanel denkt dat naming & shaming-websites die zijn gericht op woninginbraken de komende vijf jaar populair blijven. De deskundigen denken dat ook voor andere vormen van criminaliteit digitale schandpalen hun populariteit behouden. Die ontwikkeling past in een maatschappelijk klimaat waarin een groeiend internetgebruik en een toenemende roep om vergelding samengaan met een verminderde bekommernis om privacybescherming. Dat wil volgens de deskundigen overigens niet zeggen dat de effectiviteit en wenselijkheid van online naming & shaming vanzelfsprekend zijn.
Vraag voor de toekomst
De lijst van misdrijven die mede mogelijk worden gemaakt door het gebruik van internet groeit gestaag. Niet alleen op het vlak van woninginbraak en inbraak in computersystemen doen zich nieuwe risico’s voor. Ook bij (woning)overvallen wordt steeds handiger gebruik gemaakt van de directe communicatiemogelijkheden van het wereldwijde web. Zo hebben de ’flashmob’ en het ‘crowdsourcen’ al misdadige evenknieën. Bij ’crimesourcing’ worden internetgebruikers, zonder dat ze zich ervan bewust zijn, gerekruteerd als dekmantel voor een overval. De vraag is hoe publieke en private veiligheidsorganisaties preventieve acties kunnen nemen tegen dit soort verfijnde misdrijfmethoden.