Woninginbraken zijn een probleem in Nederland. Het aantal woningovervallen neemt af, maar het aandeel woningovervallen binnen het totale aantal overvallen stijgt. Een woninginbraak of woningoverval heeft grote impact op slachtoffers. Veilig wonen is dan ook een thema dat veel aandacht verdient en krijgt. De aanpak van woninginbraken is een prioriteit van het kabinet.
Dat er veel aandacht is voor deze vorm van High Impact Crime blijkt wel uit de diverse initiatieven voor inbraakpreventie in verschillende gemeenten. Naast de inmiddels bekende praktijkvoorbeelden zoals ‘Het donkere dagen offensief’ en de campagne ‘Witte Voeten’, neemt inbraakpreventie ook diverse andere vormen aan.
Zo krijgt woninginbraakbestrijding in Midden-Nederland gestalte tijdens de Week tegen Woninginbraak. Tijdens die week vragen gemeente, politie en Openbaar Ministerie met tal van instrumenten extra aandacht voor de problematiek.
Met de slogan ‘112, daar pak je inbrekers mee’ wil de politie de pakkans vergroten en benadrukken dat het alarmnummer 112 ook bij vermoedens van een mogelijke inbraak bereikbaar is.
De gemeente Veenendaal stelde een top 20 van (vermeende) woninginbrekers op. De inbrekers uit de top 6 krijgen een individuele aanpak van politie, gemeente en de andere partners in het veiligheidshuis.
>>TrendsIn de periode tussen 2005 en 2011 nam het aantal woninginbraken toe met zestien procent, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2011 registreerde de politie 108.000 diefstallen (inbraak, inclusief diefstal uit box, schuur en garage) uit woningen, een stijging van zes procent vergeleken met het jaar ervoor.
Volgens de Integrale Veiligheidsmonitor 2011, die gebaseerd is op slachtoffergegevens, steeg het percentage woninginbraken de afgelopen jaren licht. Drie procent van de Nederlanders was in 2011 slachtoffer van (poging) tot inbraak. In 2008 was nog 2,5 procent van de Nederlanders slachtoffer en in 2010 lag dat percentage op 2,7 procent. Ook het aandeel bewoners dat vindt dat woninginbraak in de buurt vaak voorkomt steeg in de periode tussen 2008 en 2011: van bijna zeven naar negen procent.
Een andere ontwikkeling doet zich voor in het aantal opgehelderde zaken. In de periode tussen 2005 en 2011 daalde, volgens een onderzoek van de Politieacademie, de pakkans van twaalf naar acht procent. Een laag ophelderingspercentage maakt het lastig uitspraken te doen over daders; de politie pakt immers maar een beperkt aantal inbrekers op. Dat de politie te maken krijgt met meer aangiftes dan zij aankan, is volgens de Politieacademie een reden voor de lage pakkans. De pakkans zou ook groter zijn als burgers sneller een inbraak melden. Ook moet de politie bij verhoren van gepakte inbrekers tot op de bodem uitzoeken of deze daders mogelijk betrokken zijn bij andere inbraken.
Uit onderzoek van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) blijkt dat inbrekers van steeds meer markten thuis zijn. Het zijn steeds meer generalisten in plaats van specialisten. Methodes van inbrekers variëren van het openbreken van deuren of ramen tot het inzetten van babbeltrucs.
Het KLPD schat dat criminelen ongeveer een kwart van de woninginbraken in georganiseerd verband plegen. Rondtrekkende dadergroepen zijn verantwoordelijk voor minimaal veertien procent van de door de politie opgeloste woning- en bedrijfsinbraken. Mobiele bendes zijn vooral afkomstig uit Polen, Litouwen en Roemenië en plegen inbraken door heel Nederland of zelfs Europa.
Ook onderzoekers van de Politieacademie concluderen dat er steeds meer georganiseerde dadergroepen op het toneel verschijnen, die op grote schaal inbraken plegen. Wel blijven gelegenheidsdaders verantwoordelijk voor het grootste deel van de inbraken. Tegenwoordig is er minder sprake van bepaalde hot times: inbrekers plegen niet uitsluitend inbraken als het donker is of alleen in de wintermaanden.
Burgers die zelf actie ondernemen, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van woninginbraken. Het aandeel Nederlanders dat maatregelen neemt om inbraak te voorkomen was in 2011 ongeveer gelijk aan dat van 2010, aldus het CBS. Bij meer dan twee op de drie huishoudens waren buitenverlichting en extra hang- en sluitwerk aanwezig. Buitenverlichting vormde de meest voorkomende ‘technische’ maatregel tegen inbraak. In 2011 was deze voorziening bij meer dan 79 procent van de burgers aanwezig. Extra hang- en sluitwerk kwam bij zeventig procent van de burgers voor. In de periode tussen 2005 en 2008 steeg het aandeel Nederlanders dat maatregelen nam nog licht.
Woningovervallen hebben een grote impact op de slachtoffers en hun omgeving. De intensieve aanpak van het Rijk en andere partijen om woningovervallen terug te dringen, werpt zijn vruchten af. In 2012 was het aantal woningovervallen tien procent lager dan in 2011.
Ten opzichte van 2009 is er sprake van een daling van achttien procent. Het aantal woningovervallen op senioren steeg met zestien procent: van 173 in 2011 naar 200 in 2012. In 2012 registreerde de politie een kwart meer woningovervallen op senioren dan in het jaar 2009. Het aandeel woningovervallen op senioren binnen het totale aantal woningovervallen is klein.
Ondanks de daling van het aantal woningovervallen, neemt het aantal minder snel af dan het totale aantal overvallen. Dat betekent dat het aandeel woningovervallen binnen het totale aantal overvallen stijgt. Uit onderzoek van het KLPD blijkt dat in 2001 nog minder dan een op de vijf overvallen een woningoverval betrof.
Precies tien jaar later is dit aandeel gestegen naar een op de drie. Hetzelfde onderzoek maakt duidelijk dat relatief onvoorbereide, en in de meeste gevallen lokale, daders verantwoordelijk waren voor iets meer dan de helft van de woningovervallen in 2009. Vaak was er in deze gevallen een relatie tussen dader en slachtoffer. Professionele daders namen in 2009 een derde van de woningovervallen voor hun rekening.
Met voorlichting proberen verschillende instanties bewustwording onder burgers te vergroten en zo woninginbraak te verminderen. Zo startte de Katholieke Bond voor Ouderen (KBO) in 2012 met een voorlichtingscampagne gericht op de veiligheid van ouderen in en om het huis. Tijdens groepsbijeenkomsten en huisbezoeken werd aan thuiswonende ouderen informatie gegeven over inbraakpreventie. Verder konden ouderen via een checklist de veiligheid van hun huis nagaan.
In opdracht het CCV, De Vereniging Fabrieken van Hang- en Sluitwerk, Abas en Vertaz verzorgde ook het Beveiligingscentrum uit Wageningen in 2012 door het hele land voorlichtingsbijeenkomsten. De voorlichtingsbijeenkomst ‘Hoe beveilig ik mijn eigen woning’ informeerde de aanwezigen over woningbeveiliging aan de hand van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW).
Omdat gemeenten tijdens voorlichtingsbijeenkomsten communiceren over subsidiemogelijkheden, komen aanvragen voor subsidie en preventieadvies vooral van deelnemers aan deze bijeenkomsten. Een aantal gemeenten besloot om inwoners, die hun woning volgens het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) laten beveiligen, financieel te ondersteunen. De gemeenten die op dit moment beschikken over een regeling voor een financiële bijdrage aan het PKVW zijn onder meer Utrecht en Almere. Zo kunnen wooneigenaren in Utrecht tot 33 procent van de factuur vergoed krijgen met een maximum van 400 euro. Het aantal aanvragen tot beveiligingsadvies en de uitvoering daarvan neemt in gemeenten met een subsidiemogelijkheid toe.
—
Om de veiligheidspraktijk te ondersteunen bij de organisatie van voorlichtingsbijeenkomsten over veilig wonen, ontwikkelde het CCV in 2012 de Toolkit Voorlichting Veilig Wonen. Deze toolkit is een pakket voor gemeenten, woningcorporaties en politie die een voorlichtingsbijeenkomst willen verzorgen voor bewoners over preventie van woningovervallen, babbeltrucs en woninginbraak. De toolkit bestaat uit demonstratiemateriaal van beveiligingsproducten, kant-en-klare powerpoint-presentaties, videomateriaal, folders voor bewoners, informatie over veilig wonen voor veiligheidsprofessionals en formats voor een uitnodiging, een evaluatieformulier en een persbericht.
Tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten kunnen gemeenten, woningcorporaties en politie ook een ander product van het CCV gebruiken: het overzicht van babbeltrucs. Het CCV inventariseert sinds 2012 diverse babbeltrucs uit het land en voegt deze toe aan het overzicht op de website van het Politiekeurmerk Veilig Wonen. De huidige lijst met babbeltrucs onderscheidt drie verschillende categorieën babbeltrucs: iemand die zegt van een bedrijf te zijn, iemand die sociale motieven heeft en iemand met een zogenaamd probleem.
—
Het deskundigenpanel vindt voorlichtingsbijeenkomsten een effectieve manier om woninginbraken, woningovervallen en babbeltrucs te bestrijden. Meer kennis bij burgers kan zorgen voor een groter bewustzijn van het nemen van preventieve maatregelen. Voorlichtingsbijeenkomsten zijn onderdeel van het palet aan maatregelen om de problemen te bestrijden. Beter hang- en sluitwerk, het Politiekeurmerk Veilig Wonen en meer aandacht voor opsporing kunnen niet ontbreken.
Sommige experts twijfelen aan de effectiviteit van de voorlichtingsbijeenkomsten en zien geen gedragsverandering bij deelnemers. Organisatoren moeten zich ervan bewust zijn dat zij met de bijeenkomsten een beperkte groep bereiken. Het is belangrijk dat vooral burgers deelnemen die risico lopen (hot groups) op plekken waar de problemen zich voordoen (hotspots). Voorlichting kan ook plaatsvinden via een wijkwebsite of tijdens de huur/koopoverdracht.
“Voorlichtingsbijeenkomsten en publiciteitscampagnes worden uiteindelijk niet of nauwelijks vertaald in een verandering van het preventiegedrag.’’ – Ben Vollaard, Universiteit Tilburg
“Voorlichtingsbijeenkomsten zijn effectief. Iedereen moet waar mogelijk zijn verantwoordelijkheid nemen voor veiligheid. Dus als burgers bewust zijn wat zij preventief kunnen bijdragen aan veiligheid kan dat zeker effectief zijn.’’ – Nicolien Kop, Politieacademie
Volgens onderzoekers van de Politieacademie stellen steeds meer politiekorpsen een apart woninginbrakenteam (WIT) in. Zo'n rechercheteam bestaat uit acht tot twaalf rechercheurs en houdt zich uitsluitend bezig met de opheldering van woninginbraken. Districten die met dergelijke teams werken, hebben vaak een hoog ophelderingspercentage. Omdat een WIT zich focust op woninginbraken brengt het relatief eenvoudig de daderpopulatie in kaart. De Politieacademie pleit ervoor meer van dit soort teams in te stellen, waarbij de focus ligt op de aanpak van veelplegers.
Voor slachtoffers is een woningoverval zeer aangrijpend. Het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West neemt daarom de regie bij de hulp aan slachtoffers van woningovervallen. Na een woningoverval schakelt de politie direct de contactpersoon van het stadsdeel in. Deze contactpersoon zorgt ervoor dat de bewoner bij de juiste instanties de steun krijgt die nodig is. Stichting Slachtofferhulp, de woningcorporaties en het stadsdeel zorgen samen met het slachtoffer voor een aanpak op maat, zoals inbraakpreventie of hulp bij de verwerking van een trauma. Met deze werkwijze is stadsdeel Nieuw-West voorloper in Amsterdam. Andere stadsdelen zijn geïnteresseerd en volgen waarschijnlijk.
>>ToekomstperspectiefOnder valse voorwendselen, beter bekend als de babbeltruc, proberen dieven een woning binnen te komen. In de media verschenen in 2012 berichten over ouderen die slachtoffer werden van deze babbeltrucs. Niet iedereen beschouwt een babbeltruc als een vorm van woninginbraak. Een verzekeringsmaatschappij bijvoorbeeld beoordeelt een babbeltruc vaak niet als woninginbraak, waardoor slachtoffers minder schade krijgen uitgekeerd.
Het gebrek aan eenduidigheid leidt tot verschillende aanpakken door het land en zelfs binnen regio’s. Dat maakt het lastig een eenduidig actieplan tegen babbeltrucs te maken.
Op basis van de huidige definitie van woninginbraak vallen babbeltrucs wèl onder woningbraken. Niet iedereen kent deze definitie en er doen veel verschillende 'definities' de ronde binnen de politie. De Politieacademie stelt dat de politie zonder een eenduidige definitie de problematiek − en in zekere mate de aanpak − rondom woninginbraken in de toekomst niet inzichtelijk kan maken.
Omdat de nadruk in 2013 ligt op voorlichting over gedrag en preventiemaatregelen, is een duidelijke definitie van babbeltrucs belangrijk. Daarmee kunnen partijen een goede analyse maken van de problematiek en die vervolgens omzetten in beleid en effectieve voorlichting aan de doelgroep. Dat kan een onderdeel zijn van de intensieve aanpak van High Impact Crime, zoals woninginbraken en woningovervallen, van het kabinet. Bij deze aanpak gaat specifieke aandacht uit naar 55-plussers.