Woonoverlast, burenruzies, buurtconflicten en spanningen in woonbuurten zijn problemen die een negatieve invloed kunnen uitoefenen op leefbaarheid en veiligheidsgevoelens. Dat Nederlanders een goed contact met buren waarderen, blijkt wel uit de Buurtmonitor 2012 van Stichting Buurtlink. Als Nederlanders hun ideale buurt zouden mogen samenstellen dan is deze groen, rustig én heeft men goed contact met de buren, blijkt uit het onderzoek onder 2.295 burgers. Uit de Buurtmonitor komt naar dat 67 procent van de respondenten niets te klagen heeft over de buren.
>>TrendsCirca vijf procent van de Nederlanders had in 2011 vaak overlast van buren. Dat is ongeveer evenveel als in 2009 en 2010. In 2008 lag het percentage met 4,7 procent iets lager. Burgers ervaren burenoverlast wel als een steeds groter probleem. In de periode tussen 2008 en 2011 nam het percentage Nederlanders dat overlast van omwonenden een belangrijk buurtprobleem toe van drie procent in 2008 naar 3,8 procent in 2011, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
[Rectificatie: In het Trendsignalement 2013 vermeldde het CCV op pagina 118 dat het aantal conflicten tussen buren volgens Stichting Beterburen is toegenomen van 917 gevallen in 2011 tot ongeveer 1700 in 2012. Deze gegevens zijn niet correct. In 2012 constateerde Stichting Beterburen 903 conflicten tussen buren, een lichte daling ten opzichte van 2011.]
In Almere leidt het gemeenschappelijk beheer van openbaar gebied niet alleen tot sociale cohesie, maar ook tot burenruzies en spanningen in de buurt. Volgens de gemeente is het voor bewoners vaak lastig om het beheer van bijvoorbeeld een vijver, een boomgaard of een binnentuin in harmonie op zich te nemen. Want de ene bewoner is een fanatiek tuinier, terwijl de ander liever de snor drukt als er bezems en tuingereedschappen in het zicht komen.
Achttien van de vijftig leden van het deskundigenpanel dat het CCV ondervroeg, vinden gemeenschappelijk beheer van openbaar gebied een goed middel om sociale cohesie te bevorderen. Volgens sommige deskundigen is het succes van gemeenschappelijk beheer van openbaar gebied afhankelijk van duidelijke kaders, voorwaarden en spelregels. Als deze niet vanzelfsprekend aanwezig zijn in een buurt, kunnen bewoners dit soort spelregels onder begeleiding opstellen. Deelnemers moeten dezelfde ideeën hebben over het beheer en het gebruik van het gebied. Eventuele conflicten kunnen onder begeleiding worden opgelost. Verder lenen volgens een aantal experts bepaalde plekken zich meer om gemeenschappelijk beheer op te zetten dan andere, en is niet iedereen daarvoor zonder meer geschikt.
“Gemeenschappelijk beheer van openbaar gebied is niet zaligmakend. Het is vooral van belang dat mensen dezelfde ideeën hebben over het beheer en gebruik van het openbaar gebied. Verschillende groepen en mensen kunnen daar anders over denken. Dat is ook precies wat uit het onderzoek komt van Jelsma en mij over graffiti als overlastgevend verschijnsel. Dat mensen daar verschillend over denken hebben we beschreven in het Tijdschrift voor Veiligheid – Gabry Vanderveen, Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden
Er is steeds meer aandacht voor woonoverlast door psychisch kwetsbare personen. Gemeenten, politiekorpsen, woningbouwcorporaties, zorginstellingen en ministeries gaan graag met de problematiek aan de slag, bleek tijdens een expertmeeting die het CCV in het voorjaar van 2012 organiseerde.
Tegelijkertijd waarschuwt de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) voor korting op toekomstige budgetten voor ondersteuning en begeleiding van kwetsbare personen die woonoverlast veroorzaken.
Buurtbemiddeling drijft grotendeels op de betrokken en deskundige inzet van vrijwilligers. Het is een inmiddels beproefde methode. In 2011 loste buurtbemiddeling ruim tweederde van de burenruzies op. Dat blijkt uit de benchmark die het CCV jaarlijks uitvoert. Het meest vaak bemiddelden vrijwilligers over geluidsoverlast van buren. Ook beslechtten bemiddelaars relatief vaak tuin- en grondgeschillen en geluidsoverlast van apparatuur.
Politie en woningcorporaties verwijzen bewoners met klachten geregeld door naar buurtbemiddeling. Uit de benchmark komt naar voren dat het aantal mensen dat buurtbemiddeling zelf benadert sinds 2007 stijgt. Van het totale aantal aanmeldingen in 2007 kwam 23 procent direct van bewoners. In 2011 is dit percentage gegroeid naar 32 procent. Sinds 2010 biedt het CCV de kwaliteitstoets buurtbemiddeling aan.
In 2011 ontvingen 29 buurtbemiddelingsorganisaties een kwaliteitscertificaat. Dat is voor financiers, samenwerkingspartners en bewoners een teken dat de organisatie de zaken op orde heeft.
Lokaal hebben gemeenten aandacht voor de aanpak van woonoverlast. Zo introduceerde de gemeente Amsterdam op 1 januari 2013 een nieuwe dadergerichte aanpak. Een speciaal ‘anti-treiterteam’ moet stelselmatige intimidatie door buren beëindigen. Als daders hun gedrag niet veranderen, moeten zij verhuizen en niet de slachtoffers.
Den Haag is een van de vele gemeenten met een Meld- en Steunpunt Woonoverlast. Hierbinnen werken gemeente, politie, de GGD en woningcorporaties met elkaar samen. Het Meld- en Steunpunt Woonoverlast in Den Haag loste zestig procent van de meldingen over woonoverlast in de gemeente binnen twee jaar op. Jaarlijks komen er tussen de 1.200 en 1.400 meldingen binnen bij het Meldpunt.
Bij de aanpak van woonoverlast is het essentieel hardleerse overlastgevers te blijven volgen en begeleiden, ondanks de weerstand die dit kan oproepen. Dit is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek ‘mensen met onaangepast gedrag’.
Notoire overlastgevers hebben continuïteit in zorg en begeleiding nodig. Een buitengewone maatregel moet langdurige zorg en begeleiding ook op niet-vrijwillige basis mogelijk maken. Eén budget dat is gekoppeld aan een cliënt vereenvoudigt de aanpak. Meerdere partijen kunnen op die manier en uit die gelden een samenhangend traject inzetten.
—
Voor gemeenten die zoeken naar een antwoord op de problematiek rondom psychisch kwetsbare personen is de brochure Helpen en ingrijpen bij woonoverlast door psychisch kwetsbaren beschikbaar. De brochure voorgemeenten en hun samenwerkingspartners biedt aanvullende middelen om overlast die wordt veroorzaakt door minder goed aanspreekbare mensen, te voorkomen of aan te pakken.Gemeenten kunnen het boekje gebruiken als aanvulling op de handreiking Aanpak woonoverlast en verloedering, waarvan in 2011 een geactualiseerde versie verscheen.
—
>>ToekomstperspectiefWoningtoewijzing op basis van leefstijl is een instrument dat woningcorporaties al geruime tijd inzetten om woonoverlast en spanningen in de buurt tegen te gaan. Uit onderzoek blijkt dat deze woningtoewijzing slechts een kleine bijdrage levert aan een hogere woonwaardering van bewoners. Verbetering van de kwaliteit van de woning of van wooncomplexen en intensivering van het sociaal beheer maakt bewoners enthousiaster. Moeten woningcorporaties zich bij het terugdringen van woonoverlast in de toekomst vooral richten op de kwaliteit van de woning en sociaal beheer?